[WIP] Outdoor Voorklimmen

Inleiding

Op deze pagina vind je alle informatie over de cursus Outdoor Voorklimmen. De cursus en het bijbehorende lesmateriaal is een vervolg op de cursus Indoor Voorklimmen en staat niet op zichzelf.

Cursusmateriaal

Bij de TSAC gebruiken we het lesmateriaal van de NKBV voor de cursus Outdoor Voorklimmen.

Gedragsregels in de klimgebieden

Het sportklimmen in de cursus Outdoor Voorklimmen gebeurt op goed uitgeruste klimmassieven. Door het toenemende aantal beoefenaars van de klimsport neemt de drukte in de klimgebieden toe. Om te voorkomen dat gebieden vanwege overlast gesloten worden, zijn er gedragsregels opgesteld:

Klimmen & Zekeren

Voorbereiding

Voorbereiden/doorspreken van de route Voordat de voorklimmer een route gaat klimmen bekijkt en bespreekt hij samen met de zekeraar de route:

De Standplaats

Het document 4.b.i bevat alles wat je moet weten over het maken van een standplaats.

Potentieel gevaar bij nazekeren met Reverso of ATC Guide

Reddingstechnieken

Slachtoffers die naar beneden moeten hoeven nooit eerst omhoog.

Materiaal

Touw

Er zijn drie soorten dynamisch touw geschikt om mee te klimmen: 1 enkeltouw: zoals meestal gebruikt in routes van één touwlengte;.2 dubbeltouw: voor routes met meerdere touwlengtes/twee naklimmers; 3 tweelingtouw: voor meerdere touwlengteroutes/één naklimmer. De respectievelijke markeringen van deze drie soorten staan in de tabel aangegeven.

  Enkeltouw Dubbeltouw Tweelingtouw
Diameter [mm] 9-10.5 8.1-9 7.5-8
Markering 1 1/2

Bij het klimmen in OV-terrein wordt over het algemeen een enkeltouw gebruikt. Wanneer we met in totaal drie klimmers een route met meerdere touwlengtes gaan klimmen dan gebruiken we een dubbeltouw. Het zekeringsapparaat waar je mee werkt moet geschikt zijn voor de dikte van het touw waarmee je klimt. Een hms werkt altijd! Ook vergen de allerdunste touwen een zeer oplettende zekeraar omdat de remwerking van zekerapparaten vaak gering is. Dunne touwen slijten ook sneller.

De Helm

In tegenstelling tot binnen, klim je buiten eigenlijk altijd met een helm. Niet alleen beschermd deze namelijk je hoofd bij een val, maar ook voor vallend gesteente. Niet elke rots is daarbij even solide.

De Schaalhelm

Deze vervormbare helm vangt klappen op door te vervormen. Het materiaal van de helm (meestal propyleen) zal daarna in principe weer zijn oorspronkelijke vorm aannemen. Zodoende kun je dus met een helm veilig meerdere stenen koppen. Om deze tijdelijke vervorming van de helm mogelijk te maken, moet er voldoende ruimte blijven tussen de helm en het hoofd. Dit wordt gerealiseerd door een systeem van draagbanden.

De schuimhelm (in-moulding helm)

Bij een schuimhelm wordt de impactenergie omgezet in een samendrukking of een breuk van het materiaal waarvan de helm is gemaakt. In tegenstelling tot de schaalhelm is dit niet omkeerbaar. Een schuimhelm kan vlak op het hoofd aansluiten en wordt gemaakt van polystyreenschuim van hoge dichtheid, bekleed met een laag polycarbonaat (soms ook polypropeen). Deze materialen zijn goed verwerkbaar en laten gestroomlijnde modellen toe. Schuimhelmen zijn licht, en daardoor erg comfortabel te dragen. Wel zijn ze gevoelig voor schokken en stoten. Laat je de helm vallen, of stop je deze wat te ruw in de rugzak, dan is dat al voldoende om de helm te beschadigen.

De hybride helm

Een hybride helm is een combinatie van de eerder genoemde helmen. Deze helm heeft de vorm van een schaalhelm, maar is veel lichter en heeft binnenin hetzelfde lichte materiaal als de schuimhelm.

Haken

Boorhaken die voor het sportklimmen gemaakt zijn hebben, als ze goed geplaatst zijn, een ruim voldoende sterkte om elke val op te vangen. Er zijn twee systemen om haken in de rots vast te zetten:

Mechanische ankers: haken die zich door hun vorm of door middel van een spreidmechanisme in de rots vastklemmen. Ze zijn voorzien van een plaatje met oog, net als je in klimcentra tegenkomt.

Chemische ankers: haken die met speciale tweecomponentenlijm/mortel in het boorgat worden vastgezet. Het oog van de haak is meestal ringvormig.

Mephaken Soms kom je in klimgebieden nog erg oude (verroeste) mephaken tegen. Dergelijke haken hebben vaak een geringe sterkte.

Vertrouw nooit blindelings op slechts één enkele haak. Ook moderne boorhaken kunnen onbetrouwbaar zijn doordat ze slecht geplaatst zijn of niet voldoen aan de eisen die aan haken gesteld worden (omdat bijvoorbeeld ‘bouwmarkt-materiaal’ gebruikt is). Ook met chemische ankers kunnen fouten gemaakt worden, vaak heeft dit te maken met fouten bij het gebruik van de lijm, waardoor de haak onvoldoende of niet vast zit. Haken zijn genormeerd, maar het plaatsen ervan is vaak door vrijwilligers gedaan en nooit door enige instantie gecontroleerd of genormeerd. De rots is net zo min gecontroleerd op bouwtechnische stevigheid.

Rekverlies bij slecht touwverloop Slecht touwverloop

NKBV Informatie Outdoor Voorklimmen

De NKBV heeft een cursusboekje samengesteld. Ook deze behoort tot de verplichte leerstof voor onze outdoor voorklim cursus.

Knopen

Halve mastworp (HMS)

De halve mastworp gelegd met een hand, hier om een naklimmer mee te zekeren. Bron: Petzl

De halve mastworpzekering (Halbmastwurfsicherung) is een dynamische, slippende knoop. Je maakt er dus niks mee vast maar kunt er mee "remmen" ofwel iemand mee zekeren.

Een halve mastworp mag alleen in een HMS-karabiner gelegd worden, bij elk ander karabinertype zal de knoop blokkeren en niet functioneren.

De halve mastworp geeft veel wrijving tussen het klimtouw en de karabiner. Daarom wordt de kracht die op het klimtouw wordt uitgeoefend bijna volledig overgedragen op de karabiner (die vervolgens in je gordel of haak hangt).

Hele mastworp

De mastworp gelegd met een hand, om stand mee te maken. Bron: Petzl

De mastworp is, in tegenstelling tot de halve mastworp, een niet-slippende knoop waarmee het hoofdtouw aan de karabiner bevestigd kan worden. Een HMS-karabiner is niet noodzakelijk maar gebruik wel een schroefkarabiner!

De afbeelding laat zien hoe de knoop wordt gelegd (met één hand!) en de overeenkomst met de halve mastworp blijkt uit de eerste stappen. Als je de laatste lus verkeerd legt, ontstaat een ankersteek. Hoewel deze schijnbaar ook fixeert, is dat niet zo en is dus gevaarlijk. Let hierop.

De mastworp word veel gebruikt (vooral in alpiene technieken) vanwege z'n eenvoud, betrouwbaarheid en handigheid.

Prusikknoop

De prusikknoop gelegd met 3 wikkels, meestal zijn 2 voldoende. Bron: Petzl

De prusikknoop is een klemknoop die gelegd wordt in een kort dun touwtje, een zogenaamd prusiktouwtje. De prusikknoop is in deze opleiding misschien wel de lastigste knoop. Het is in feite een ankersteek met een extra wikkel maar heeft een andere toepassing. Een prusikknoop leg je om het hoofdtouw heen, door de vele wikkels heeft hij veel wrijving en klemt hij zichzelf vast als hij paralel langs het hoofdtouw wordt belast. Hiervoor moet het touwtje wel dun genoeg zijn: de vuistregel is de helft van de diamater van het hoofdtouw, in de praktijk  5 à 6 mm.

Let erop dat de wikkelingen netjes naast elkaar liggen. Bovendien mag de touwdiameter van het prusiktouwtje niet méér dan de halve diameter van het hoofdtouw bedragen, dus 5 of 6 mm is prima. Meestal worden de losse uiteinden met een sackstich aan elkaar geknoopt zodat er een lus ontstaat.

Zelfzekering

We spreken van een zelfzekering als je jezelf aan een vast punt hebt vastgemaakt. Je bent dan voor je veiligheid niet meer afhankelijk van de zekeraar en kun je het touwcommando 'stand' roepen. Omdat de zelfzekering erg betrouwbaar moet zijn, gebruik je altijd schroefkarabiners. Een zelfzekering kan op twee manieren gemaakt worden:

  1. met een mastworp in het hoofdtouw waarin je al ingebonden zit. Dit is een snelle en praktische methode. De lengte is van de zelfzekering is makkelijk aanpasbaar. Omdat de zelfzekering van dynamisch touw is gemaakt kun je hier in vallen; iets wat je met een statische schlinge niet zou mogen doen.
  2. met een aparte (lange) bandschlinge die je met een ankersteek aan je gordel maakt. Dit heeft de voorkeur als je meteen weer langs het hoofdtouw wilt abseilen omdat je dan het touw niet voor een zelfzekering kan gebruiken.
inbinden bij abseilen

Abseilen

Abseilen is Duits voor het afdalen langs het touw. Natuurlijk doe je dat om weer beneden te komen na het klimmen van een route, maar daarvoor hoef je niet altijd ab te seilen. Bij top-ropen laat de zekeraar de klimmer aansluitend weer zakken en vaak kan je in sportklimgebieden gewoon omlopen, er loopt dan een (modderig en steil) paadje om de wand heen.

Abseilen is relatief gevaarlijk omdat je slechts aan één vast punt hangt en de touwtechnieken ingewikkelder zijn dan bij het zekeren. Blijf daarom geconcentreerd en houd het overzichtelijk.

Alle gebruikte karabiners zijn uiteraard schroefkarabiners. De schlinge is middels een ankersteek vastgeknoopt aan de gordel. Het handigste is om een lange schlinge te gebruiken waar je op ongeveer een derde van de lengte een zaksteek legt. Een ATC verbind je middels een schroefkarabiner aan de korte kant van de schlinge (zoals in de afbeelding). Het lange stukje van de schlinge heb je hiervoor gebruikt als zelfzekering, maar kun je zodra je de prusikknoop hebt gelegd en aan je gordel gehangen middels een tweede schroef, aan je materiaallus bevestigen. Voor lange of korte mensen kan de zaksteek hoger of lager worden geknoopt dan de eerder genoemde 1/3 van de lengte van de schlinge. Een ATC op borsthoogte werkt het prettigste. Zorg er echter altijd voor dat de lengte niet zodanig kort is dat de prusik tegen de ATC kan lopen. Gebeurd dat namelijk wel dan schuift de ATC de prusik op en heb je dus geen zekering meer!

Het gevoel voor een aangename abseil krijg je snel genoeg door als je het een keer doet. Let daarbij op het volgende:

We zijn er tot nu toe vanuit gegaan dat het abseiltouw er al hangt. Als dat niet zo is, moet je het zelf uithangen. Doe dit beheerst en denk aan de volgende punten:

Uithangen van een abseil

Als je hebt voor- en nageklommen op de betonwand zul je moeten gaan abseilen om weer beneden te komen. Om een abseil uit te hangen haal je het klimtouw over de zekerbalk door de karabiners van het relais. Hiervoor zullen de klimmers zich moeten gaan uitbinden, zorg er wel voor dat het klimtouw te allen tijde ergens aan vast zit, bijvoorbeeld met een mastworp aan een van de klimmers of de standplaats. De touwuiteindes worden aan elkaar geknoopt met een zaksteek, zorg ervoor dat de uiteindes voldoende lang zijn (minimaal 30 cm), dat je de knoop op een nette manier hebt gelegd en dat je alle vier de uiteindes afzonderlijk straktrekt.

⚠ Het is niet aan te raden om de touwuiteindes te verbinden met een achtknoop; het verbruikt meer touw en is niet veiliger. Sterker nog, een achtknoop blijft makkelijker ergens achterhaken en zal bij ringbelasting makkelijker omslaan dan een zaksteek.

Verbind de touwuiteindes met een zaksteek en zorg dat de uiteindes voldoende lang zijn. Bron: Petzl

Aantekening Multi-Pitch

Aantekening Trad