Outdoor Voorklimmen

Inleiding

Op deze pagina vind je alle informatie over de cursus Outdoor Voorklimmen. De cursus en het bijbehorende lesmateriaal is een vervolg op de cursus Indoor Voorklimmen en staat niet op zichzelf.

Cursusmateriaal

Bij de TSAC baseren we ons grotendeels op het lesmateriaal van de NKBV voor de cursus Outdoor Voorklimmen. De cursusliteratuur van de NKBV is gericht op een situatie waarbij een instructeur cursisten begeleidt. De NKBV heeft geen literatuur die bedoeld is als zelfstudieboek.

Hoewel het cursusmateriaal vrij compleet is gaan we op een aantal onderdelen nog wat dieper in, tevens behandelen we alternatieve of additionele technieken die in het NKBV-materiaal niet aan bod komen.

Gedragsregels in de klimgebieden

Het sportklimmen in de cursus Outdoor Voorklimmen gebeurt op goed uitgeruste klimmassieven. Door het toenemende aantal beoefenaars van de klimsport neemt de drukte in de klimgebieden toe. Om te voorkomen dat gebieden vanwege overlast gesloten worden, zijn er gedragsregels opgesteld:

Klimmen & Zekeren

Voorbereiding

Voorbereiden/doorspreken van de route Voordat de voorklimmer een route gaat klimmen bekijkt en bespreekt hij samen met de zekeraar de route:

De helm

In tegenstelling tot binnen, klim je buiten eigenlijk altijd met een helm. Niet alleen beschermd deze namelijk je hoofd bij een val, maar ook voor vallend gesteente. Niet elke rots is daarbij even solide.

Rock fall in new Climbing Crag in Chulilla from Stefan Barthel on Vimeo.

De schaalhelm

Deze vervormbare helm vangt klappen op door te vervormen. Het materiaal van de helm (meestal propyleen) zal daarna in principe weer zijn oorspronkelijke vorm aannemen. Zodoende kun je dus met een helm veilig meerdere stenen koppen. Om deze tijdelijke vervorming van de helm mogelijk te maken, moet er voldoende ruimte blijven tussen de helm en het hoofd. Dit wordt gerealiseerd door een systeem van draagbanden.

De schuimhelm (in-moulding helm)

Bij een schuimhelm wordt de impactenergie omgezet in een samendrukking of een breuk van het materiaal waarvan de helm is gemaakt. In tegenstelling tot de schaalhelm is dit niet omkeerbaar. Een schuimhelm kan vlak op het hoofd aansluiten en wordt gemaakt van polystyreenschuim van hoge dichtheid, bekleed met een laag polycarbonaat (soms ook polypropeen). Deze materialen zijn goed verwerkbaar en laten gestroomlijnde modellen toe. Schuimhelmen zijn licht, en daardoor erg comfortabel te dragen. Wel zijn ze gevoelig voor schokken en stoten. Laat je de helm vallen, of stop je deze wat te ruw in de rugzak, dan is dat al voldoende om de helm te beschadigen.

De hybride helm

Een hybride helm is een combinatie van de eerder genoemde helmen. Deze helm heeft de vorm van een schaalhelm, maar is veel lichter en heeft binnenin hetzelfde lichte materiaal als de schuimhelm.

Haken

Boorhaken die voor het sportklimmen gemaakt zijn hebben, als ze goed geplaatst zijn, een ruim voldoende sterkte om elke val op te vangen. Er zijn twee systemen om haken in de rots vast te zetten:

Vertrouw nooit blindelings op slechts één enkele haak. Ook moderne boorhaken kunnen onbetrouwbaar zijn doordat ze slecht geplaatst zijn of niet voldoen aan de eisen die aan haken gesteld worden (omdat bijvoorbeeld ‘bouwmarkt-materiaal’ gebruikt is). Ook met chemische ankers kunnen fouten gemaakt worden, vaak heeft dit te maken met fouten bij het gebruik van de lijm, waardoor de haak onvoldoende of niet vast zit. Haken zijn genormeerd, maar het plaatsen ervan is vaak door vrijwilligers gedaan en nooit door enige instantie gecontroleerd of genormeerd. De rots is net zo min gecontroleerd op bouwtechnische stevigheid.

Mephaken

Soms kom je in klimgebieden nog erg oude (verroeste) mephaken tegen. Dergelijke haken hebben vaak een geringe sterkte, probeer ze te vermijden als het kan.

Verlengsetjes

Omdat zekerpunten in de rots niet altijd in een rechte lijn liggen, kan het touwverloop soms erg vervelend worden. Het is daarom raadzaam om een paar setjes van verschillende lengtes en eventueel verlengbare setjes te gebruiken. Deze setjes kun je zelf ook maken met een 60 cm sling en twee snappers.

Illustratie door Chris Philpot

  1. Klip beide snappers aan de sling
  2. Haal een van de snappers door de ander heen
  3. Klip de snapper om beide strengen van de onstane lus

Om het setje te verlengen klip je weer 2 van de 3 strengen uit. Sommige mensen keizen ervoor om de onderste karabiner te fixeren met een rubbertje, echter kan dit tot gevaarlijke situaties leiden zoals onderstaand filmpje laat zien. Check dit dus altijd heel goed voor je gaat klimmen! Zie ook dit artikel van het NKBV-kenniscentrum.

Safety Video - The Danger Of Open Slings from UKClimbing.com on Vimeo.

Knopen

Halve mastworp (HMS)

De halve mastworp gelegd met een hand, hier om een naklimmer mee te zekeren. Bron: Petzl

De halve mastworpzekering (DE: Halbmastwurfsicherung, oftewel HMS) is een dynamische, slippende knoop. Je maakt er dus niks mee vast maar kunt er wel iemand mee zekeren. Een halve mastworp mag alleen in een HMS-karabiner gelegd worden, bij elk ander karabinertype kan de knoop blokkeren en niet functioneren. De halve mastworp geeft veel wrijving tussen het klimtouw en de karabiner. Daarom wordt de kracht die op het klimtouw wordt uitgeoefend bijna volledig overgedragen op de karabiner (die vervolgens in je gordel of haak hangt).

Hele mastworp

De mastworp gelegd met een hand, om stand mee te maken. Bron: Petzl

De mastworp is, in tegenstelling tot de halve mastworp, een niet-slippende knoop waarmee het hoofdtouw aan de karabiner bevestigd kan worden. Een HMS-karabiner is niet noodzakelijk voor het gebruik van deze knoop. De afbeelding laat zien hoe de knoop wordt gelegd (met één hand) en de overeenkomst met de halve mastworp blijkt uit de eerste stappen. Als je de laatste lus verkeerd legt, ontstaat een ankersteek. Hoewel deze schijnbaar ook fixeert, is dat niet zo en is dus gevaarlijk. Let hierop. De mastworp word veel gebruikt (vooral in alpiene technieken) vanwege z'n eenvoud, betrouwbaarheid en handigheid.

Prusikknoop

De prusikknoop gelegd met 3 wikkels om een enkele streng touw, meestal zijn 2 voldoende om een dubbele streng touw. Bron: Petzl

De prusikknoop is een klemknoop die gelegd wordt in een kort dun touwtje, een zogenaamd prusiktouwtje. De prusikknoop is in deze opleiding misschien wel de lastigste knoop. Het is in feite een ankersteek met een extra wikkel maar heeft een andere toepassing. Een prusikknoop leg je om het hoofdtouw heen, door de vele wikkels heeft hij veel wrijving en klemt hij zichzelf vast als hij paralel langs het hoofdtouw wordt belast. Hiervoor moet het touwtje wel dun genoeg zijn: de vuistregel is de helft van de diamater van het hoofdtouw, in de praktijk 5 à 6 mm.

Let erop dat de wikkelingen netjes naast elkaar liggen. Bovendien mag de touwdiameter van het prusiktouwtje niet méér dan de halve diameter van het hoofdtouw bedragen, dus 5 of 6 mm is prima. Meestal worden de losse uiteinden met een zaksteek of een dubbele visserssteek aan elkaar geknoopt zodat er een lus ontstaat.

Zelfzekering

We spreken van een zelfzekering als je jezelf aan een vast punt hebt vastgemaakt. Je bent dan voor je veiligheid niet meer afhankelijk van de zekeraar en kun je het touwcommando 'stand' roepen. Omdat de zelfzekering erg betrouwbaar moet zijn, gebruik je altijd schroefkarabiners. Een zelfzekering kan op twee manieren gemaakt worden:

  1. met een mastworp in het hoofdtouw waarin je al ingebonden zit. Dit is een snelle en praktische methode. De lengte is van de zelfzekering is makkelijk aanpasbaar. Omdat de zelfzekering van dynamisch touw is gemaakt kun je hier in vallen; iets wat je met een statische schlinge niet zou mogen doen.
  2. met een aparte (lange) bandschlinge die je met een ankersteek aan je gordel maakt. Dit heeft de voorkeur als je meteen weer langs het hoofdtouw wilt abseilen omdat je dan het touw niet voor een zelfzekering kan gebruiken.

Ombouwen naar toprope

Als je buiten gaat topropen is het wel zo netjes om dat over je eigen materiaal te doen, anders slijten de relais buiten veel te hard. Maar als je klaar bent met klimmen wil je wel graag je eigen materiaal terug hebben, daarvoor moet je de situatie ombouwen naar het relais. Hieronder laten we een alternatieve manier zien ten opzichte van de methode uit het NKBV-boekje.

Ombouwen van voorklimmen naar toprope/laten zakken. Bron: Petzl

  1. Klip jezelf met een setje aan het relais. Als je niet aan het voorklimmen bent en er geen setjes onder je zitten maak dan een zelfzekering met een sling en schroefkarabiner. Haal het klimtouw dubbel door het omlooppunt.
  2. Leg een dubbele achtknoop in de lus en gebruik deze om je indirect mee in te binden. Gebruik hiervoor altijd safebiner of twee tegengestelde schroefkarabiners!
  3. Maak je oorspronkelijke inbindknoop los en haal deze door het omlooppunt.
  4. Check of het touw goed door het relais loopt en je goed bent ingebonden.
  5. Vraag je zekeraar om een blok zodat je in het klimtouw komt te hangen.
  6. Nu kun je je zelfzekering losmaken en kan je zekeraar je laten zakken.

Opruimen van setjes

Tijdens het laten zakken zul je setjes die je hebt gebruik tijdens het voorklimmen weer willen meenemen. Om te zorgen dat je geen materiaal laat vallen klip je eerst het setje van de haak af en klik je dezelfde karabiner aan een van je materiaallussen. Vervolgens klip je het hoofdtouw uit de andere karabiner.

Abseilen

Als je hebt voorgeklommen zul je soms moeten gaan abseilen om weer beneden te komen. Om een abseil uit te hangen haal je het klimtouw op hetzelfde punt (of punten) door het relais als bij het ombouwen naar toprope, echter verbind je nu beide touwuiteindes met elkaar. Hiervoor zal je je moeten gaan uitbinden, zorg ervoor dat je altijd een zelfzekering hebt en dat het klimtouw te allen tijde ergens aan vast zit, bijvoorbeeld met een mastworp aan je klimgordel of de standplaats. De touwuiteindes worden aan elkaar geknoopt met een zaksteek, zorg ervoor dat de uiteindes voldoende lang zijn (minimaal 30 cm), dat je de knoop op een nette manier hebt gelegd en dat je alle vier de strengen afzonderlijk straktrekt. Abseilen doe je in de regel aan dubbel touw, de zaksteek op het einde zorgt ervoor dat je touw niet per ongeluk door je apparaat schiet als de abseil te kort blijkt te zijn.

Verbind de touwuiteindes met een zaksteek en zorg dat de uiteindes voldoende lang zijn. Bron: Petzl

Het is niet aan te raden om de touwuiteindes te verbinden met een achtknoop; het verbruikt meer touw en is niet veiliger. Sterker nog, een achtknoop blijft makkelijker ergens achterhaken en zal bij ringbelasting makkelijker omslaan dan een zaksteek.

Hieronder staat afgebeeld hoe een standaard abseilsetup eruit ziet. Alle gebruikte karabiners zijn uiteraard schroefkarabiners. De schlinge (1) is middels een ankersteek vastgeknoopt aan de gordel (2). Het handigste is om een lange schlinge te gebruiken waar je op ongeveer een derde van de lengte een zaksteek (3) legt. Voor lange of korte mensen kan de zaksteek hoger of lager worden geknoopt. Het makkelijkste is om eerst een prusikknop (5) om beide strengen van het touw te leggen en deze in je inbindlus te hangen, test wel even of hij hapt. Vervolgens kan je gemakkelijk beide strengen door een tuber halen en deze in de lus van je schlinge hangen. Een tuber op borsthoogte werkt het prettigste. Zorg er echter altijd voor dat de lengte niet zodanig kort is dat de prusik tegen de tuber kan lopen. Gebeurt dat namelijk wel dan remt het systeem niet meer! Als je abseil klaar is en je hebt alles gecontroleerd kun je je zelfzekering losmaken en deze aan je materiaallus vastmaken (4).

inbinden bij abseilen

Illustratie door Chris Philpot

Het gevoel voor een aangename abseil krijg je snel genoeg door als je het een keer doet. Let daarbij op het volgende:

Touw doortrekken

Na het ombouwen naar toprope of het abseilen zul je het touw moeten doortrekken, doe dat op z'n manier dat je altijd aan de streng trekt die tegen de rots aan ligt. Hierdoor voorkom je dat het uiteinde van het touw klem kan komen te zitten tussen de rots en het relais. Maak desnoods bij het uithangen van een abseil een extra knoop in de streng die je wilt doortrekken.

Trek het touw altijd zo door dat het niet tussen de rots en het relais kan blijven klemmen. Bron: Mammut