[WIP] Aantekening Multi-Pitch

Je hebt je misschien wel eens afgevraagd hoe je wanden kunt beklimmen die hoger zijn dan je touw lang is. Je zult deze wanden in meerdere etappes moeten klimmen en per touwlengte (engels: pitch) stand te moeten maken. Het klimmen van meerdere touwlengte wordt daarom ook wel multi-pitchen genoemd. In de SC-cursus leer je om dit handig en veilig te doen.

Touwgebruik

Zo makkelijk als je binnen het touw op het plafond kunt leggen bij het nazekeren gaat dat in een multi-pitch niet. Als je geluk hebt sta je lekker op een plateautje en kun je daar je touw kwijt. Hang je echter, zoals op de buitenwand, in een hangrelais, dan moet je het touw op een maniere manier opbergen. Het makkelijkste is om het als het ware op te schieten, maar dan niet over je nek, maar over je eigen zelfzekering. Probeer het zo netjes mogelijk te doen. Je zit namelijk bij het zekeren van een voorklimmer niet te wachten op allerlei knopen in je touw.

Opbouwen zekeringsketen en standplaats

Een standplaats bestaat meestal uit twee haken. Soms zijn ze al verbonden door middel van een ketting, zoals op onze buitenwand, maar soms moet je ze zelf aan elkaar verbinden. Er zijn grofweg 2 methodes om dat te doen: met een rijverankering of met een afgebonden krachtendriehoek. In het geval van degelijke haken wordt gebruik gemaakt van een rijverankering. Zijn de haken wat dubieuzer (denk aan roest/mephaken) dan is het beter om een afgebonden krachtendriehoek te gebruiken. Aangezien we op de buitenwand (en in de meeste OV-terreinen) niet te maken hebben met dubieuze haken, behandelen we diverse krachtendriehoekvarianten in de AK-cursus.

Rijverankering

Bij een rijverankering wordt slechts een haak belast en deze draagt de volledige belasting. De tweede haak wordt onbelast ter redundantie verbonden met de eerste haak, dit kan door middel van het hoofdtouw of door middel van een slinge. Zorg er bij beide methodes voor dat er weinig tot geen slack in de verbinding zit zodat, mocht de eerste haak uitbreken, de kracht meteen op de tweede haak wordt overgebracht.

Standplaats gemaakt op touw.
 
Standplaats gemaakt met slinge.
 

Bij een standplaats op slinge kan je een centraal punt in je slinge creëren met behulp van een dubbele bullin knoop (zoals afgebeeld) maar dit is optioneel. Gebruik je een mastworp om de slinge op spanning te brengen vergeet dan niet het losse uiteinde terug in de karabiner te klippen. Vooral bij Dyneema slinges zal de hele mastworp namelijk doorslippen en je wilt uiteraard niet dat de slinge daarbij uit de backup karabiner kan slippen.

Zekertechniek

Degene die zekert, mag zich nooit laten afleiden, een kleine fout kan fatale gevolgen hebben!

Er is tegenwoordig een heel scala aan zekeringsapparatuur op de markt, allemaal met specifieke eigenschappen en gebruiksaanwijzingen. Om verwarring te voorkomen en de veiligheid te bevorderen, hanteert de TSAC slechts twee zeker-methodes: zekeren met de halve mastworp en met de tuber-achtige.

Het klimmen van routes, zowel in de zaal als buiten in rots, kan op twee manieren: top-ropen of voor- en naklimmen. Hoewel dit twee verschillende zeker-situaties zijn, is er een aantal algemene punten die je altijd in de gaten moet houden tijdens het zekeren:

  1. Het remtouw heeft de zekeraar altijd met minstens één hand vast (de remhand). Dit betekent dat tijdens het inhalen van het touw het remtouw (net als bij het topropen) met beide handen overgepakt wordt. Bij het touw uitgeven is dit echter niet handig. Dan kan je beter het touw door je zekerhand laten glijden, terwijl je met je andere hand het touw door het zekerapparaat trekt.
  2. Laat geen enorme touwlus ontstaan. De klimmer zou dan onnodig ver en hard vallen.
touwgroep

Voor- en naklimmen

Voor- en naklimmen is de andere zekersituatie. Dit is de manier waarop buiten (lange) routes worden geklommen omdat je immers niet vooraf al boven aan de route kan komen om een touw uit te hangen. Maar ook in de zaal wordt vaak op deze manier geklommen.

De ene klimmer is voorklimmer, hij of zij zal als eerste de route klimmen waarbij steeds tussenzekeringen worden gelegd om de valhoogte te verkleinen. De voorklimmer wordt gezekerd door de naklimmer. Als de voorklimmer boven is, maakt hij of zij een zelfzekering (stand) zodat hij of zij niet meer gezekerd hoeft te worden. Daarna wordt de naklimmer van bovenaf gezekerd en kan nakomen.

Voorklimmen is spannender dan top-ropen omdat je een behoorlijk eind kan vallen voordat je door de zekeraar wordt afgeremd. Omdat de optredende krachten groter zijn wordt er vaak met een halve mastworp gezekerd. De halve mastworp zekering geeft voldoende remkracht om een voorklimval te houden, mits de zekeraar alert blijft en direct reageert. Het zekerapparaat hang je in de inbindlus van je gordel (of in de standplaats zoals op het plaatje). Je kunt ook met een ATC zekeren, maar een halve mastworp geeft veel meer wrijving dan een ATC zodat je een voorklimval makkelijker kan houden. Als er een voorklimmer over de standplaats wordt gezekererd, doe dit dan uitsluitend met een halve mastworp.

Het zekeren dient actief te gebeuren (meer dan bij top-ropen) en de zekeraar moet anticiperen op de voorklimmer. Geef bijvoorbeeld op tijd touw uit als de voorklimmer dit nodig heeft om een setje in te hangen.

Behalve de algemene regels voor het zekeren, zijn er speciale aandachtspunten voor het zekeren van een voorklimmer:

  1. Ten overvloede, laat geen touwlus ontstaan. De voorklimmer wil niet verder vallen dan nodig is. Maar zeker niet zo strak dat je de klimmer "uit de wand trekt".
  2. Ga dicht bij de wand staan. Als de voorklimmer valt, krijg je een grote kracht op je lichaam te verwerken. Als je te ver van de wand staat, zal je voorover getrokken worden in plaats van omhoog.
  3. Ga niet in de vallinie van de voorklimmer staan.

Touwcommando's

Voor de communicatie tussen de voor- en naklimmer is een aantal commando's vastgesteld: de touwcommando's. Iedereen gebruikt deze woorden en weet ook hun betekenis. Dit bevordert de veiligheid omdat er minder misverstanden door miscommunicatie ontstaan. Dit klinkt overdreven maar vooral als je buiten klimt, kan je elkaar vaak moeilijk verstaan of zien. Met de touwcommando's is de kans het grootste dat je elkaar wel begrijpt. Touwcommando's hebben betrekking op veranderingen tijdens het zekeren, zoals het onderstaande plaatje laat zien.

In de cyclus van het voor- en naklimmen komen de touwcommando's als volgt voor (voor elk commando noem je de naam van je klimmer of zekeraar):

commando geroepen door situatie / aktie
ik ga voorklimmer Alles is goed ingebonden en er kan geklommen worden.
stand voorklimmer De voorklimmer is boven en heeft een zelfzekering gemaakt. De naklimmer maakt de zekering los.
touw in naklimmer Het resttouw kan zonder zekering ingehaald worden door de voorklimmer.
touw uit naklimmer Het (naklim)touw staat strak.
nakomen voorklimmer De voorklimmer heeft een zekering gelegd om de naklimmer mee te zekeren.
ik kom naklimmer Bevestiging dat de naklimmer gaat klimmen en gezekerd moet worden.

touwcommando's

Daarnaast worden nog andere commando's gebruikt:

commando geroepen door situatie / aktie
bloc klimmer De zekeraar trekt snel het touw strak en blokkeert zodat de klimmer in het touw kan hangen. Het is onzinnig "bloc oke!" te antwoorden, de klimmer voelt vanzelf of het touw strak wordt getrokken.
pas op, touw iedereen Je gaat een abseiltouw naar beneden gooien of gaat een top-rope touw doortrekken. Je waarschuwt de mensen om je heen dat er een touw naar beneden gaat vallen.
touw vrij abseilende Het abseiltouw is vrij voor gebruik.

Uitklippen van setjes

Anders dan bij het topropen zal een naklimmer af en toe een ingeklipt setje tegenkomen. Deze moet uiteraard meegenomen worden. Om te zorgen dat je geen materiaal laat vallen klip je eerst het setje van de haak af en klik je dezelfde karabiner aan een van je materiaallussen. Vervolgens klip je het hoofdtouw uit de andere karabiner. Als je in een touwgroep van 3 klimt, dan klikt de eerste naklimmer het touw uit het setje en vervolgens het touw dat naar de tweede naklimmer loopt er weer in. De tweede naklimmer neemt het dan mee.

Zekeren vanaf standplaats

Nazekeren met een halve mastworp

Wanneer je als voorklimmer stand hebt gemaakt (touwcommando: "stand") wil je je naklimmer gaan zekeren zodat hij ook naar boven kan klimmen. Bij de TSAC hanteren we daarvoor twee manieren, nazekeren met een halve mastworp en nazekeren met een ATC-Guide. In deze cursus wordt alleen het nazekeren met een halve mastworp behandeld, het nazekeren met een ATC-Guide vereist extra handelingen welke pas in de ZK-SC-cursus worden aangeleerd. Het zekeren van een naklimmer met een HMS is eenvoudiger: het onderstaande plaatje laat zien hoe je een HMS inhangt op de standplaats. N.B. vergeet niet eerst het touw in te halen, je naklimmer zal het commando "touw in" gevolgd door het commando "touw uit" geven. Nadat je de HMS hebt ingehangen kun je het touwcommando "nakomen" geven, vanaf dat moment moet je te allen tijde het zekertouw vasthouden.

Nazekeren met een HMS vanaf de standplaats. Bron: Petzl

Als je twee naklimmers hebt is het vaak handiger om te zekeren met een ATC-Guide of een Reverso. Hieronder wordt uitgelegd hoe dat moet.

Nazekeren met een ATC-Guide

Het zekeren van een naklimmer met een ATC-Guide is wat ingewikkelder dan met een HMS. Aan de hand van het plaatje wordt duidelijk dat de ATC op een andere manier gebruikt wordt dan bij het zekeren van een toproper of voorklimmer. De ATC wordt met behulp van een karabiner die door het stevige oog wordt gestoken in de standplaats gehangen. Hieropvolgend wordt het touw in de ATC gehangen op dezelfde manier als normaal, het klimtouw boven en het zekertouw onder. Om ervoor te zorgen dat het touw niet uit de ATC schiet wordt er een schroefkarabiner achter de ATC gehangen en dichtgeschroefd.

Zoals je kunt zien drukt het touw van de klimmer op het touw van de zekeraar als de klimmer valt. Dit zorgt ervoor dat de ATC-Guide zichzelf blokkeert. Hoewel hij vaak automatisch blokkeert is het geen stand. Zorg er dus voor dat je in principe altijd een hand aan het zekertouw vast hebt. Bij het klimmen van traverses kan het tevens voorkomen dat beide strengen onder verschillende hoeken de ATC belasten, als deze hoek te groot wordt, blokkeert 1 van de strengen niet meer.

Het ontlasten van een ATC-Guide

Wanneer een naklimmer gevallen is, is de ATC-Guide geblokkeerd en als de naklimmer wat touw wil hebben moet de ATC ontlast worden. Als het touw niet onder spanning staat, kan dit heel eenvoudig door de karabiner die in het touw hangt van de ATC af te trekken.

Het wordt lastiger als de klimmer vol in het touw hangt. In dat geval moet je de ATC kantelen. Hij verliest daarmee echter wel z’n blokkerende functie. Dus voordat je dat doet, moet je een back-up zekering (bijvoorbeeld een halve mastworp) in het zekertouw maken. Het kantelen kun je het beste doen door een slingetje (of prusikje) aan het kleine oogje te hangen en dit slingetje door een hoger omlooppunt te halen. Je kunt dan iemand met de back-up zekering laten zakken.

Voorklimmer zekeren over de standplaats

Vanaf een standplaats kun je ook nog verder omhoog klimmen. Net als vanaf de grond kan dit over het lichaam, maar je kunt ook direct over de standplaats zekeren. Het zekeren over de standplaats heeft als grote voordeel dat de zekeraar zelf geen onderdeel is van de zekerketen (de klimmer valt in de standplaats en niet in de gordel van de zekeraar). Als je van tevoren weet dat je kop-over-kop klimt (dus een naklimmer klimt de volgende lengte voor), kun je het beste met een halve mastworp zekeren. Je hoeft dan namelijk niets te verhangen.

Voorklimmer zekeren over het lichaam

Als je over het lichaam zekert, is het zaak om een zogenaamde dummy-runner in te hangen; dat zijn 2 tegengestelde setjes of 1 schroefkarbiner in de hoogste haak van de standplaats. Deze dummy-runner zorgt ervoor dat de valfactor (zie volgende sectie) verkleind wordt en dat je als zekeraar altijd omhoog getrokken wordt en niet naar beneden. Met name bij het gebruik van een ATC/reverso is het van levensbelang dat er een dummy-runner wordt gebruikt. Zou je dat namelijk niet doen dan val je karabiner-knik, waarmee je onmogelijk een val kunt houden.

Zekeren over de standplaats.
 
Zekeren over het lichaam met een dummy-runner.
 

Krachtenspel, Valfactor

De valfactor geeft de ernst van de val aan en daarmee ook de belasting van de val op de klimmer. Hoe hoger de factor hoe groter deze belasting is. Een belangrijk onderdeel in het voorklimmen is het beperken van deze valfactor. De valfactor kan gemakkelijk worden berekend door de volgende formule:

Formule valfactor

Een aantal voorbeelden: (telkens uitgaande van het zekeren op een standplaats)

Voorklimmer klimt weg van standplaats. Hij klimt 4 meter, zonder tussenzekering te plaatsen en valt dan. De uitgegeven touwlengte is 4 meter, maar de vallengte is in dit geval 8 meter, aangezien hij 4 meter beneden zijn standplaats komt te hangen. Valfactor 2 Dit is tevens de hoogste valfactor die je kunt halen (tenzij je touw inneemt tijdens het vallen van de voorklimmer, dan wordt hij nog hoger. Doe dit dus niet!!! ).

De valfactor is in vele gevallen al sterk te verkleinen door in of vlak na je standplaats een tussenzekering te leggen. In Figuur 6 is beschreven dat een voorklimmer opnieuw 4 meter klimt, maar nu na 2 meter een tussenzekering heeft gelegd. De uitgegeven touwlengte is nu nog steeds 4 meter, echter de valafstand is nu ook 4 meter.

Valfactor 1

Het is dus de bedoeling dat bij het verlaten van een standplaats zo snel mogelijk een tussenzekering wordt gemaakt. Verder weg van de standplaats, kunnen de zekeringen iets verder uit elkaar liggen.

Ook de vangstoot is een belangrijk aspect in de zekeringsketen. (Deze beslaat overigens alles wat met zekeren te maken heeft: zekeraar, - apparaat, touw setjes, klimmer.) De vangstoot beschrijft de krachtwerking op de voorklimmer tijdens een val. Dit wordt door een groot deel door het touw (-rek) verminderd. Je kunt je dus voorstellen dat wanneer er meer touw uitgegeven is, er meer rek in het touw onstaat, aangezien 10 meter touw meer rek heeft dan 1 meter. Dit wil zeggen dat naarmate de zekeringsketen groter wordt, meer setjes, meer touw e.d. ook de vangstoot afneemt, daar er meer factoren zijn die de energie van een val opnemen, waardoor er minder krachten op de klimmer werken.

Nu is het echter zo dat wanneer de zekeringsketen niet goed is opgebouwd, de klimmer meer energie moet opnemen, dan je zou verwachten. Dit heeft voor een groot deel te maken met touwwrijving. Als er een ongunstig touwverloop is, en dus veel touwwrijving, zal er bij een val een minder gunstige energieopname plaatsvinden door de zekeringsketen.